Van een natuurlijk evenwicht naar een rijkunstig evenwicht
Om het trainen van een paard overzichtelijk te houden en voor iedereen toegankelijk, is er een stappenplan bedacht die past bij de fase waarin het paard zich bevindt.
De opbouw van dit stappenplan vindt zijn oorsprong bij Bent Branderup en ziet er als volgt uit:
Fase 1. Lengtebuiging Fase 2. Buiging binnenachterbeen Fase 3. Buiging buitenachterbeen | Fase 4. Longeren Fase 5. Buiging beide achterbenen
|
Fase 3: Buiging buitenachterbeen
Fase 3 bevat de volgende stappen:
- Travers.
- Renvers.
- Appuyeren.
Deze stappen worden op de grond met het paard geoefend. Is de oefening aan de hand bevestigd, dan kan de oefening onder het zadel aangeleerd worden.
Stap 1: Travers
Wanneer het paard in travers loopt, heeft het paard stelling en buiging naar binnen en loopt de achterhand iets verder naar binnen dan de voorhand.
Hierbij beweegt het paard zijn buitenachterbeen richting zijn binnenvoorbeen, dus verder onder zijn zwaartepunt. Hierdoor wordt het buitenachterbeen gevraagt meer te buigen.
Ieder paard heeft op de hals een reflexiepunt dat het zelfde werkt als het punt dat bij de mens vlak onder de knieschijf zit. Dit punt is het punt wat uitsteekt als het paard zijn hals de andere kant op buigt.
Om het paard travers aan te leren wordt het paard langs de wand op de hoefslag gezet. De ruiter gaat achteruitlopen en drukt op dit punt op de hals. Als reflex zal het paard zijn achterhand naar binnen brengen.
Stap 2: Renvers
Renvers is voor een groot deel hetzelfde als de travers, alleen spiegelbeeldig aan de wand. Het paard wordt met de buitenteugel in stelling en buiging gebracht en met de zweep wordt het paard gevraagd om zijn achterhand bij de wand te houden.
Klassieke Dressuur
Klassieke Dressuur
Paard en balans
Stappenplan
- Fase 1: Lengtebuiging
- Fase 2: Buiging binnenachterbeen
- Fase 3: Buiging buitenachterbeen
- Fase 4: Longeren
- Fase 5: Buiging beide achterbenen






