Fase 4: Longeren

Van een natuurlijk evenwicht naar een rijkunstig evenwicht

Om het trainen van een paard overzichtelijk te houden en voor iedereen toegankelijk, is er een stappenplan bedacht die past bij de fase waarin het paard zich bevindt.

De opbouw van dit stappenplan vindt zijn oorsprong bij Bent Branderup en ziet er als volgt uit:

 

Fase 1. Lengtebuiging

Fase 2. Buiging binnenachterbeen           

Fase 3. Buiging buitenachterbeen

Fase 4. Longeren

Fase 5. Buiging beide achterbenen

 

                           

Faseopbouw

Fase 4: Longeren

Longeren heeft het doel:

  • Het paard meer conditie te geven
  • Spieren op te warmen
  • Ter afwisseling van het rijden en grondwerk
  • Het kunnen zien en voelen hoe ver het paard in de training is

 

Hoe verder het paard in de training is, hoe beter het paard zichzelf kan dragen. Dit kan men zien aan het paard doordat:

  • Hij makkelijker in zijn lijf buigt
  • Het binnenachterbeen dichter onder het zwaartepunt gezet wordt
  • Hij lichter in de hand voelt

 

Efficiënt longeren

Om ervoor te zorgen dat het paard tijdens het longeren zichzelf leert dragen, wordt er op de volgende punten gelet:

  • Het paard mag niet op de binnenschouder vallen
  • Het paard mag niet over de buitenschouder vallen
  • Het paard is ontspannen, d.w.z. in een voorwaarts neerwaartse houding.
  • Het paard behoudt een rustig en constant tempo

 

Opbouw longeren

Zodra het paard op de volte aan de hand netjes kan ondertreden, kan de volte vergroot worden door het paard van de ruiter weg te sturen. Zodra het paard uit balans raakt, wordt het paard weer aan de hand genomen om de balans ter herstellen.

Gaat het paard in stap in balans aan de longeerlijn, dan kan er aan de draf gewerkt worden.

De galop wordt pas later in de training geoefend, omdat bij een gebalanceerde galop meer kracht komt kijken.