Fase 5: Buiging beide achterbenen

Van een natuurlijk evenwicht naar een rijkunstig evenwicht

Om het trainen van een paard overzichtelijk te houden en voor iedereen toegankelijk, is er een stappenplan bedacht die past bij de fase waarin het paard zich bevindt.

De opbouw van dit stappenplan vindt zijn oorsprong bij Bent Branderup en ziet er als volgt uit:

 

Fase 1. Lengtebuiging

Fase 2. Buiging binnenachterbeen           

Fase 3. Buiging buitenachterbeen

Fase 4. Longeren

Fase 5. Buiging beide achterbenen

  

                           

Faseopbouw

Fase 5: Buiging beide achterbenen

Fase 5 bevat de volgende stappen:

  1. Halfsteps.
  2. Galop ondertreden.
  3. Pirouettes.

Deze stappen worden op de grond met het paard geoefend. Is de oefening aan de hand bevestigd, dan kan de oefening onder het zadel aangeleerd worden.
 

Halfsteps / Suzanne Nederlof / Scarlet

Stap 1: Halfsteps

De halfsteps is een draf die qua tempo ligt tussen de verzamelde draf en de piaffe. Het paard maakt eigenlijk halve drafpassen.

Om het paard beide achterbenen met evenveel kracht te laten belasten, wordt deze oefenng langs de wand op de hoefslag geoefend, zodat men het paard kan opsluiten tussen de wand en de ruiter en kan rechtrichten indien nodig.

Eerst wordt de oefening aan de hand geoefend, vervolgens onder het zadel.

 

Voorwaarden van een goed uitgevoerde halfstep zijn:

  • Paard spant zijn buikspieren en niet zijn rugspieren
  • Paard kantelt zijn bekken naar voren (staart omlaag)
  • Paard zet de stuwkracht van de achterbenen om in draagkracht
  • Paard richt zich op door zijn bovenlijn lang te maken en zijn achterbenen onder het zwaartepunt te brengen

 

Het paard wordt duidelijk van achteren naar voren aangemoedigd tot de halfsteps en niet andersom!

 

Tijdens het rijden zijn de volgende punten belangrijk:

  • Ruiter is mentaal goed voorbereid: verbeeld het paard in een gedragen halfstep.
  • Door met de zweep de staart aan te raken trekt het paard zijn staart in en kantelt het paard zijn bekken.
  • Ruiter kantelt zijn eigen bekken naar met de zitknobbels naar voren en ontwikkelt een diepere zit.
  • Het paard moet licht in de hand blijven.
  • Gebruik van stem d.m.v. klikgeluiden.

    

Galop / Marijke de Jong / Romanesque

Stap 2: Galop ondertreden

Galop is een drietakt. Dit houdt in dat er drie momenten zijn waarbij het paard 1 of meerdere benen op de grond zet.

Vanaf het zweepmoment is dat:

  • Buitenachterbeen
  • Binnenachterbeen en buitenvoorbeen
  • Binnenvoorbeen

 

In de natuur zal het paard tijdens de galop zijn lichaam in een lichte travers houden, omdat zo het buitenachterbeen makkelijker naar voren richting het zwaartepunt kan grijpen.

 

Bij het trainen van de galop is het belangrijk te letten op:

  • Lichte travers aanhouden. Zeker in het begin wanneer het paard nog moet leren te ontspannen.
  • De ruiter zit naar binnen. Door de lichte travers wordt de ruiter makkelijk met zijn gewicht naar buiten gegooid. Daar waar de ruiter zijn zitknobbel naar beneden duwt (binnenzit), drukt het op de rugspier van het paard. Aan die zijde zal het paard zijn spieren korter willen maken, met als gevolg dat het paard naar binnen zal buigen.
  • Begin pas aan de galop wanneer de schouderbinnenwaarts en de travers in draf bevestigd zijn. Zo heeft het paard meer kracht in de achterbenen ontwikkeld en het voorkomt onnodig stress tijdens het aanleren van de galop.

  

Volte verkleinen in travers

Stap 3: Pirouttte

Een pirouette is eigenlijk een zo klein mogelijke gereden volte in de travers.

Door het paard in travers geleidelijk de volte te laten sluiten kan het paard duidelijk aangeven wanneer de wil en kracht zijn grens berijkt heeft.

 

 

 

 

De ruiter kan het paard de pirouette in stap aan de hand leren door tijdens het appuyement de volte te sluiten.

Onder het zadel is dat vanuit de travers.

 

Appuyeren aan de hand / Marijke de Jong / Romanesque
Pirouette / Sonja Braafhart / Schweppes

 

De pirouette kan ook in galop gereden worden.

De pirouette kan gevarieerd worden door het aantal sprongen per 360 graden te veranderen.

Een veel voorkomende fout tijdens het rijden is het willen herstellen van de pirouette wanneer het paard uit de pirouette valt (op de binnenschouder vallen, versnellen, stil vallen enz.)
Het paard is uit balans en dus niet meer over de rug ontspannen.
Dit zal eerst weer hersteld moeten worden door de volte te vergroten, voordat de pirouette weer ingezet kan worden. 

 


Galoppiroutte / Marijke de Jong / Romanesque