Archief

Tip van de week: Do's en don'ts schouderbinnenwaarts

Schouderbinnenwaarts
Suzanne Nederlof / Scarlet

Week 34

Zodra het paard zijn evenwicht beter kan bewaren, zich kan ontspannen en soepeler wordt, kan er gewerkt worden naar de schouderbinnenwaarts.

De schouderbinnenwaarts is een oefening waarbij het paard zijn binnenachterbeen meer onder zijn eigen zwaartepunt zet en daardoor de hurken soepeler maakt en meer draagkracht ontwikkeld. Maar wat maakt nu een goede schouderbinnenwaarts?

Een aantal punten waar je met een schouderbinnenwaarts op kunt letten:

  • Bij aandrijven met je binnenbeen wijkt het paard zowel met zijn voor als achterhand van je been vandaan.
  • Hierdoor komt het paard uit zichzelf met zijn hals naar je buitenteugel.
  • De buitenteugel brengt de schouders iets verder naar binnen, voor het binnenachterbeen.
  • Op deze manier hou je de lengtebuiging in het lijf van je paard.

Valkuilen bij het aanleren van een schouderbinnenwaarts kunnen zijn:

  • Paard loopt te voorwaarts: hoe groter de passen van je paard, hoe moeilijker het is om zijwaarts te gaan.
  • Paard valt op de binnenschouder: dat zie aan het gebrek aan lengtebuiging en de druk op je binnenteugel.
  • Ruiter drijft te veel met het binnenbeen aan: dit kan de zit van de ruiter zo verstoren dat dit het paard in de weg gaat zitten en juist tegenwerkt.
  • Ruiter zit in zijn evenwicht aan de buitenkant: hierdoor kan het paard onmogelijk om je binnenbeen buigen.

Veel ruiters zijn erg gefocust op het scharen van de benen. Denk bij het oefenen van de schouderbinnenwaarts meer aan het proces van de zijgang dan aan het doen van de oefening. Zo blijft de kwaliteit van de oefening altijd het belangrijkste.

 

 

Tip van de week: zwaartepunt van de ruiter

Week 33

Voor een paard is het prettig als je als ruiter in staat bent om met je eigen zwaartepunt zo dicht moelijk boven het zwaartepunt van het paard te blijven. Vergelijk het maar met een rugzak op je rug, dat voelt ook prettiger wanneer deze ter hoogte van je navel dicht tegen je rug aan ligt.

Het zwaartepunt van de ruiter zit ongeveer 3 vingers onder je navel, in het midden van je romp. Het zwaartepunt van een paard ligt verder naar voren dan de meeste ruiters verwachten, namelijk ongeveer bij de 11de a 12de rib vanaf het bekken, net achter de schoft. Bij het verzamelen zal het zwaartepunt iets naar de achterhand verplaatsen.

Ben je aan het rijden, probeer dan je benen lang te maken waarbij de hoek tussen bovenbeen en je heup zo groot mogelijk is (zonder beugels gaat vaak beter). Hiermee kun je jezelf helpen om verder voorin het zadel te blijven, zonder met je bovenlijf naar voren te hangen en je rug hol te maken. Probeer dan door je onderbuik te blijven ademen, zodat je je spieren rond je bekken ontspannen blijven.

Het is even oefenen, maak vaak met veel resultaat! Succes!

Tip van de week: drang naar voren

Drang naar voren

Week 32

Wanneer je paard geen drang naar voren heeft, zul je merken dat je paard nooit helemaal lekker over zijn rug wil ontspannen. Dat komt doordat een paard wat geen drang naar voren heeft al lopende als het ware in zijn gewrichten kan gaan hangen.

Een paard dat in zijn gewrichten hangt, laat zijn rug zakken, trekt daarmee zijn bekken naar achteren en zijn hals omhoog. Dit paard kun je leren om niet op de binnenschouder of over de buitenschouder te vallen, maar zolang de achterbenen niet tegen de voorhand aan duwen, blijft de rug naar beneden zakken.

 

Tip van de Week: de buitenteugel

Week 31

Een buitenteugel heeft een hele belangrijke functie tijdens een training. Je kunt je buitenteugel als een directe en als een indirecte teugel gebruikte.


De indirecte buitenteugel

Met indirect wordt bedoeld de buitenteugel van de hals of op de hals.

De indirecte buitenteugel kun je toepassen bij:

  • Als je paard op de binnenschouder valt, breng je de buitenteugel van de hals om zo de schouder de ruimte te geven iets naar buiten te stappen.
  • Als je paard over de buitenschouder valt, breng je de teugel naar de hals.


De directe buitenteugel

Hierbij gaat het om de hele, halve, 1/4 en 3/4 ophoudingen. Een directe buitenteugel kun je onder andere gebruiken bij:

  • Vertragen, wanneer dit nog niet helemaal op je zit lukt (tezamen met de binnenteugel).
  • Verbeteren van de lengtebuiging door vooral te geven als het paard vanuit zijn buitenoor naar voren wil stretchen.
  • Stelling in de hals corrigeren: een paard kan ook teveel stelling aannemen. Op de kant waar een paard gemakkelijk op de binnenschouder wil vallen, kan veel stelling in de hals het voor het paard nog moeilijker maken om van de binnenschouder te blijven. Op de kant waar het paard graag over de buitenschouder valt, zal overdreven veel stelling leiden tot het nog meer uitbreken van de buitenschouder.

Wat je in ieder geval niet op de buitenteugel moet doen is vragen of het paard zijn hoofd wil laten zakken. Dit is eerder de functie van de direkte binnenteugel, omdat je anders met de buitenteugel je paard uit de lengtebuiging haalt!

 

Tip van de week: Eindig de training positief

Beloning: training afronden

Week 30

Eindig de training altijd op een goed moment. Dit is meestal het moment dat het paard even dat laat zien wat je hem aan het aanleren bent. Hoe moeilijk het ook is, ga het niet nog een keer proberen, maar beloon het paard en eindig de training.

Het paard onthoudt aan deze training dit positieve moment. Hierdoor raakt het paard gemotiveerd en zal de training erna graag zijn best voor je willen doen.

 

 

Tip van de week: schouders wenden

Week 29

Deze week een leuke oefening aan de hand die je paard helpt om soepeler te worden in de schouders.

Hij gaat als volgt:

  • Laat je paard halthouden.
  • Ga voor je paard staan en hou de teugels is de ene hand (teugels zitten op de middelste ring van de kaptoom) en de zweep in de andere hand.
  • Loop langzaam achteruit en laat je paard rustig met je mee lopen.
  • Wijs met de zweep naar de schouder van je paard. Als het goed gaat zal je paard van de zweep weg willen stappen.
  • Zie je de hals van je paard hol worden aan de binnenkant, vraag dan ontspanning met een lichte ophouding op de neus naar beneden.
  • Wissel steeds van kant, zodat je paard steeds om en om van de linker en de rechterschouder komt.

Met deze oefening leert je paard wijken voor druk vanuit de schouders en leert hij hol te komen vanuit zijn flanken en schouders. Hierdoor kan het paard zelf aangeven hoeveel lengtebuiging hij aankan.

Tips als:

  • Je paard heel hard loopt: neem dan eerst de tijd dat je je paard iets rustiger kunt laten lopen. En check of de hulpen die je geeft niet te groot zijn.
  • Je paard niet opzij gaat: Je kunt je paard even met met de zweep aanraken of de zweep andersom vasthouden met het handvat naar je paard. Ook kun je je paard een beetje helpen door met zijn hoofd in de richting te sturen waar hij met zijn schouders heen moet.

Tip van de week: Lichaamstaal tijdens de grondoefening

Week 28

Tijdens de grondoefeningen is het zeer belangrijk dat de ruiter controle heeft over het tempo van het paard. Doordat paarden sterk op onze lichaamstaal reageren, kunnen we dit gebruiken om het tempo aan te geven.

 

Stel een ruiter is met de schouderbinnenwaarts bezig.

Neutrale houding

Hierbij loopt het paard in een rustig en constant tempo. Ruiter loopt ter hoogte van de schouders van het paard. De schouders van de ruiter zijn enigszins parallel aan de wand.

Vertragende houding

Ruiter staat meer voor het paarden met de schouders in de richting van de staart van het paard.

Versnellende houding

Ruiter loopt iets meer richting de staart van het paard, vlak achter de schouders van het paard. De schouders van de ruiter draaien naar het hoofd van het paard.

Neutraal
Vertragen
Versnellen

Tip van de week: de kracht van het weglaten

Week 27

Probeer te voorkomen dat je momenten hebt tijdens de training die eerder je paard stijver maken dan soepeler. Vooral momenten waarbij het paard zijn rug wegdrukt maken het paard stugger. Logisch zou je zeggen, maar hoe vaak zie je niet dat iemand 3 kwartier aan het rijden is en pas de laatste 15 minuten het paard een beetje gaat ontspannen? De volgende dag zal je paard eerder last hebben van de momenten die niet goed gingen dan van de momenten die wel goed gingen.

De kunst van het weglaten houdt in dat je steeds oefeningen doet waar je paard al goed in is en zich netjes ontspant en vervolgens korte stukjes aan nieuwe oefeningen werkt. Gaat de oefening nog niet naar wens, dan ga je snel weer terug naar de oefeningen die wel goed gaan. Zo is de kans op overbelasting van je paard kleiner, houd je de spieren soepeler en blijft je paard rustiger.

 

Tip van de week: voorwaarts vs zijwaarts

Week 26

Bij het aanleren van het zijwaarts gaan vanuit een been, bijvoorbeeld vanuit je binnenbeen, kun je tegen veel problemen aanlopen. Eén ervan is dat het paard helemaal niet reageert of juist versnelt.

Voor een paard is het vaak lastiger om bij een hoog tempo zijwaarts te gaan dan bij een lager tempo. Denk maar "hoe meer voorwaarts, hoe minder zijwaarts" (uitzonderingen daar gelaten natuurlijk).

Bij een hoger tempo zijwaarts gaan vergt meer kracht en soepelheid van het paard.

Wil je jouw paard zijwaarts laten gaan, kan het helpen als je jouw paard leert op een halve ophouding iets terug te komen in tempo vlak voordat je de zijwaartse hulpen geeft. Paarden die heel stijf zijn, kunnen dan toch lengtebuiging aannemen omdat bij een kleinere pas minder spierlengte nodig is, paarden met veel drang naar voren (stuwkracht) kunnen hun achterbenen iets meer dragend gebruiken.

 

Tip van de week: opbouw lengtebuiging

Opbouw lengtebuiging
Wijken vanuit binnenbeen

Week 25

In week 24 werd besproken wat lengtebuiging inhoudt en waarom het zo belangrijk is. Deze week zal er verder ingegaan worden hoe je jouw paard kan helpen om een betere lengtebuiging te ontwikkelen.

Het begint met het in balans brengen van de schouders zoals uitgelegd in week 21. Immers, wanneer het paard niet meer uit balans raakt, zal hij zijn hals niet meer willen gebruiken om zijn evenwicht te corrigeren en kan hij de spieren langs de wervelkolom loslaten. Hierdoor krijg je de kans om daar vorm in aan te brengen, namelijk lengtebuiging.

Lengtebuiging is vaak het makkelijkste te krijgen op een volte. Een paard dat met lengtebuiging loopt zal vanuit je binnenbeen makkelijk de volte (met zowel de voor als achterhand) kunnen vergroten, waardoor hij met zijn schouders tegen je buitenteugel aanloopt en je deze met de indirecte buitenteugel (2 handen naar de volte toe) terug naar de volte draait.

Gaat je paard niet voor je binnenbeen opzij, kun je hem met de indirecte teugel (2 handen de volte uit) naar buiten zetten. Dit steeds kort herhalen tot je paard steeds eerder al vanuit je binnenbeen opzij gaat. Zie je de hals vanzelf iets hol komen, kun je de schouders weer iets naar de volte terug vragen en ontspanning op de binnenteugel vragen.

Bij paarden die wat stijver zijn kan een kleiner volte beter werken. Maak de volte zo klein, dat je voelt dat je paard maar al te graag voor je vanuit je binnenbeen naar buiten gaat.

Bij paarden die juist heel soepel zijn, kan een kleinere volte juist moeilijker zijn. Een kleinere volte vergt meer draagkracht van de achterhand, dus wees daar voorzichtig mee.

  

 

Tip van de week: Lengtebuiging

Lengtebuiging links
Ondertreden binnenachterbeen

Week 24

Er is niets zo belangrijk als je paard met lengtebuiging trainen.


Lengtebuiging is de buiging in de wervelkolom naar links of rechts die je van bovenaf kunt zien. Kenmerken van een paard in lengtebuiging is:

  • Paard geeft na op binnenteugel, vult zijn hals in de buitenteugel.
  • Paard rekt vanuit zijn buitenoor naar voren.
  • Binnenschouder komt naar achteren, buitenschouder gaat naar voren.
  • Flanken zijn aan de binnenkant licht hol, aan de buitenkant licht bol.
  • Binnenheup komt naar voren, buitenheup gaat naar achteren.
  • Paard zakt in zijn flanken aan de binnenkant naar beneden (laat ruiter aan de binnenkant van de buiging zitten). 


Het rijden met lengtebuiging heeft de volgende voordelen:

  • Spieren aan de binnenkant worden sterker, spieren aan de buitenkant worden soepeler.
  • Gewrichten worden soepeler.
  • Binnenheup naar komt naar voren = binnenachterbeen meer naar het zwaartepunt!


Doordat het paard de binnenheup naar voren brengt, zwaait het binnenachterbeen niet alleen verder naar voren, maar ook meer in de richting van het buitenvoorbeen. Daardoor komt dit been dichter onder het zwaartepunt uit en kan het paard dit been gebruiken om zich beter door de wending te dragen.

In de tip van volgende week zal er verder ingegaan worden op hoe je je paard met lengtebuiging kunt trainen.

schouderbinnenwaarts
travers

Tip van de week: draaien van je heupen

Week 23

De tip van deze week heeft te maken met de zit van de ruiter. Naarmate je paard zich beter kan ontspannen en de rugspieren gaat loslaten, kan het paard beter op je zit gaan reageren. Eén van de mogelijkheden die je met je zit kunt doen is het draaien in je heupen.

Stel dat je een schouderbinnenwaarts met je paard aan het rijden bent, dan breng je je binnenheup een beetje naar achteren en je buitenheup automatisch een beetje naar voren. Hiermee geef je in je heupen aan dat het paard met de voorhand iets naar binnen mag komen en de achterhand iets naar buiten blijft.

In de travers is het precies andersom. Daarbij breng je juist je binnenheup iets naar voren, om de voorhand als het ware te vragen iets naar buiten te blijven en de achterhand naar binnen te brengen.

Hierbij geldt wel dat je het niet moet forceren. Doe je dit wel, dat zet je je spieren rond je bekken vast en zit je je paard eerder in de weg dan dat hij op je zit kan reageren.

Tip van de week: adrenaline

Alert en energiek
Ontspannen bovenlijn

Week 22

Adrenaline tijdens een training kan goed van pas komen, omdat zo een voorwaartse drang te behouden. Maar wat als je paard iets te veel energie heeft?

Net als mensen kunnen paarden adrenaline aanmaken. Dit hebben ze nodig om in de natuur te kunnen overleven voor het geval er gevaar dreigt en ze moeten vluchten.

Als je paard adrenaline in zijn lijf opbouwt kun je dat merken aan bijvoorbeeld hoge alertheid, spanning in het lijf, meer energie, schrikkerig, ingehouden adem, moeilijk te ontspannen, open neusgaten, gespitste oren enz.

Paarden kunnen alleen maar adrenaline aanmaken wanneer ze het hoofd omhoog brengen. Een paard met een ontspannen bovenlijn (ofwel ontspannen spieren lang de wervelkolom) maakt geen adrenaline aan en kan opgebouwde adrenaline af laten vloeien. Ben je dus aan het trainen en je paard heeft veel energie of stress om welke reden dan ook, breng je paard in balans en vraag je paard vrijwillig zijn hals te laten zakken.

Ga niet met je paard in gevecht om zijn hoofd naar beneden te dwingen, want de drang van het paard om zijn hoofd omhoog te brengen maakt dat het adrenalineniveau dus juist omhoog gaat!

 

Tip van de week: evenwicht van de schouders

Op de binnenschouder vallen
Op de buitenschouder vallen
Schouders naar buiten plaatsen
Schouders naar binnen plaatsen

Week 21

Je kunt op meerdere manieren je paard in balans brengen en er zijn ontelbaar veel details waar je op kunt letten, maar om het een beetje overzichtelijk te houden zullen we het deze week alleen over de schouders hebben.

Paarden vallen in de schouders meestal op de binnenschouder.

Kenmerken van op de binnenschouder vallen zijn:

  • Bewegingsrichting van de voorhand is naar de binnenschouder
  • Paard pakt de binnenteugel vast
  • Stelling in de hals naar buiten
  • Moeilijk/niet voor je binnenbeen opzij gaan

Daarnaast kunnen paarden over de buitenschouder vallen.

Kenmerken van over de buitenschouder vallen zijn:

  • Bewegingsrichting van de voorhand is naar de buitenschouder
  • Paard pakt de buitenteugel vast
  • (Veel) stelling in de hals naar binnen
  • Moeilijk volte te verkleinen/af te wenden van de hoefslag

Probeer eens om de schouders van je paard voor de achterhand te houden.

Breng met 2 handen naar buiten, de binnenteugel tegen de hals en iets met je binnenbeen de schouders naar buiten. Breng met 2 handen naar binnen, de buitenteugel tegen de hals en je buitenbeen iets naar achteren de schouders van je paard naar binnen.

Let wel op dat je bij het naar binnen en buiten zetten niet steeds van stelling verandert, blijf bijvoorbeeld even op een volte en hou in gedachte dat je paard uiteindelijk met stelling naar de volte zal moeten kunnen lopen. Blijf in je zit dus naar de volte toe gedraaid zitten.

Natuurlijk zijn er een hoop uitzonderingen en ieder paard is weer anders, maar ga maar eens proberen te voelen in welke richting je paard neigt om te vallen. Je zult merken dat dat vaker is dan je denkt. 

 

Tip van de week: functie van de hals

Op de binnenschouder vallen

Week 20

Wat veel ruiters niet weten is dat paarden hun hals onder andere gebruiken bij het corrigeren van hun evenwicht. Zoals wij onze armen gebruiken wanneer we over een balk lopen. Valt een paard bijvoorbeeld op de binnenschouder, dan zal hij zijn hals iets naar buiten en omhoog brengen om te voorkomen dat hij daadwerkelijk omvalt.

Heb je nu tijdens het rijden moeite met de ontspanning van je paard, dan kan dat heel goed liggen aan dat je paard van schoft tot staart niet genoeg in balans loopt. Elke pas dat je paard weer uit balans raakt (en dat hoeft maar een heel klein beetje zijn), zal je paard reflexmatig reageren en zijn hoofd omhoog brengen.

Het paard zijn hoofd naar beneden forceren heeft geen zin, dat is hetzelfde als wanneer ik je handen op je rug bind en je vervolgens weer over een balk laat lopen. Dit geeft spanning in de spieren langs de wervelkolom en maakt het paard stug en komt in verzet.  

De hamvraag is natuurlijk, hoe breng je je paard in balans?
Aangezien dit op meerdere manieren kan, zal in de komende weken hier verder op ingegaan worden in de "Tip van de week", wordt vervolgd dus!